
Het applaus houdt maar niet op. Hij buigt nog een keer, terwijl hij weet dat hij zo meteen gaat zeggen wat niemand in de zaal wil horen.
Behalve ik dan.
Ik wil niets anders horen, dat heb ik heel duidelijk gemaakt. Ik heb het zo duidelijk gemaakt, dat alle kleur uit zijn gezicht wegtrok.
Vervolgens heb ik hem de speech in handen gedrukt, waar hij nu mee voor de microfoon staat. Hij bladerde erdoor, met ogen die paniekerig heen en weer schoten over de regels. Staarde me aan. Ik knikte, onverbiddelijk. Hij las het nogmaals, nu echt. Zuchtte. Keek weer op. Knikte terug.
Ik liet hem achter.
Dat is een uur geleden. Ongeveer.
Ik moet hem nageven dat hij zich daarna aardig heeft hersteld. De zelfverzekerde glimlach, waarmee hij zijn publiek bekijkt, ziet er oprecht uit. Zijn blik glijdt ook over mij heen, hoe ik in het midden van de derde rij hard met de rest mee sta te klappen. Verborgen in het volle zicht en tegelijk dreigend aanwezig. Hij geeft geen krimp.
Er wordt gejoeld en gefloten.
“Ik hou van je, Joris,” klinkt een schelle vrouwenstem boven het lawaai uit.
Hij heft zijn handen op. Het applaus verstomt. Mensen gaan zitten. Ik ook.
Lees maar voor, Joris. Ik luister.
“Lieve mensen,” begint hij.
Hij kijkt niet op het papier, maar dat geeft niet. Uit het hoofd mag ook.
“Ik weet dat jullie hier zijn om mij te steunen. Jullie geloven in me, jullie staan achter me. Jullie vertrouwen op me.”
“Ik hou van je, Joris,” roept de vrouw weer.
“Sommigen van jullie houden zelfs van me,” improviseert hij. Er wordt gelachen. Ik kan er niks aan doen dat ik ook even gniffel.
Dan laat hij mijn bom vallen:
“Maar dat is niet terecht. De beschuldigingen zijn allemaal waar.”
Stilte.
Ik sluit mijn ogen om de ontzetting rondom me goed te kunnen voelen, maar voordat ik de daarvoor benodigde concentratie heb weten te bereiken, begint het geroezemoes al. Ik pik ontkenningen op en vragen, door elkaar heen en op verschillende toon geuit.
“Nee.”
“Wat?”
“Hoezo?”
“Nee!”
“Dat kan niet!”
“Waarom?”
“Ik geloof het niet!”
“Wat zei hij nou?”
Het duurt lang voor hij weer begint te spreken.
Als ik kijk, zie ik dat hij mijn tekst voor zich heeft. Zijn handen trillen. Om me heen krijgt woede steeds meer de overhand. Als ik niet beter wist, zou ik denken dat hij die bewust laat oplaaien. Waar is hij mee bezig?
“Tenminste,” zegt hij in de microfoon, “dat is wat hij jullie wil doen geloven!”
Hij wijst naar mij.
“Dit,” alsof hij iets smerigs vasthoudt, brengt hij de vellen aan een hoekpunt tussen duim en wijsvinger ver van zich af, “wilde hij me laten voorlezen.”
Hij spreidt zijn vingers. Ze dwarrelen naar de grond.
“Hij heeft me bedreigd. Hij heeft mijn gezin bedreigd.
Hij heeft leugens in de wereld gebracht en hij wilde dat ik die hier, nu, voor jullie zou bevestigen!”
Hij is een getalenteerde spreker. Ze hangen aan zijn lippen.
“Maar ik ben een man van de waarheid en de waarheid is -”
Hij laat zijn stem breken. Hij laat hier gewoon zijn stem breken! Het is afschuwelijk en pathetisch, maar hij komt ermee weg. Dit gaat helemaal verkeerd.
“De waarheid is dat er zich iemand in ons midden bevindt die me ten gronde wil brengen. Die ons ten gronde wil brengen. Een saboteur.
Een Judas!”
Opnieuw wijst hij naar mij. Ik voel hoe koude misselijkheid bezit van me neemt.
“Rij 3. Stoel 11.”
Voor me draaien hoofden zich om. Over hen heen zie ik hoe Joris in de coulissen verdwijnt. Hij kijkt niet om.
Log in om te reageren
Wat een omkering! 'Rij 3. Stoel 11.’ is een ijzersterk slot. Ook het beeld van de vellen die hij tussen duim en wijsvinger ver van zich af houdt, blijft hangen. Kleine suggestie: bij ‘Ik voel hoe koude misselijkheid bezit van me neemt’ verval je heel even in benoemen waar je verder juist zo mooi ...
Dank voor je complimenten, Jan! Je kleine suggestie begrijp ik niet. Koude misselijkheid is toch juist een fysiek detail? Of bedoel je iets anders? Ik begrijp sowieso het hele dogma "show, don't tell" niet helemaal. Volgens mij is letterlijk alles wat een ik-figuur te berde brengt show. Met alles wa...
Ik denk dat het verschil hierin zit: met ‘Ik voel hoe een koude misselijkheid bezit van me neemt’ vertelt de verteller wat hp voelt. Daardoor zit de schrijver heel even tussen de ervaring en de lezer. Als je in plaats daarvan alleen laat zien wat er lichamelijk gebeurt – een maag die samentrekt, har...
Ik moet erkennen dat ik Sonja's artikel niet heb gelezen, maar ik denk dat ik wel een idee heb van wat show en wat tell is. Wat deze zin betreft ben ik het niet met je eens. Ik vertel als schrijver niet wat de ik-figuur voelt; ik laat het hem zelf zeggen. Hij voelt koude misselijkheid, en wat daar n...
In een ik-verhaal is die verteller natuurlijk onvermijdelijk. De vraag is alleen hoe nadrukkelijk hij aanwezig is. De ‘ik’ reflecteert: Op dat moment besefte ik dat ik verloren had. De ‘ik’ benoemt: Ik voelde hoe een koude misselijkheid bezit van me nam. De ‘ik’ ondergaat: Mijn keel trok dicht. ...
Interessante dialoog. Ik neig in deze naar het standpunt van Raneguel. Weinig mensen hebben een goed ontwikkeld lichaamsbewustzijn en kunnen benoemen wat zich in hun lichaam voltrekt. Deze HP heeft dat wel. We accepteren het daarom als lezer misschien minder makkelijk dan een rationele reflec...
'Ik zie in de drie voorbeelden van Jan geen verschil behalve dat het gaat in bewust denken/teflecteren en voelen/gewaarworden en dit kunnen benoemen.' Het punt dat ik probeer te maken gáát precies om dat 'benoemen'. Als schrijver moet je steeds de keus maken tussen 'benoemen' of 'de lezer laten er...
"Voor mijn mogen ze alledrie toegepast worden en doen ze show don't tell geen geweld aan." Dat! Maar als ik je eerste reactie opnieuw lees, zie ik dat je dat ook helemaal niet zegt en ik snap nu wel je punt wat betreft zichtbaarheid van de verteller. Dit zou ik niet zelf zo omschreven hebben, maar ...
Ik ben het met je eens dat een omdraaiende maag een cliché is. Ik had het over een maag 'die zich samentrekt'. Vind je dat ook een cliché? Eigenlijk zijn we in onze 'discussie' van 'show don't tell' opgeschoven naar 'in hoeverre wil je als schrijver aanwezig/zichtbaar zijn?' Dan hebben we het niet...
Eerlijk gezegd wel. Omdraaien, samentrekken... same difference. Maar laten we vooral niet twisten over smaak. Ik denk dat we het in de kern wel met elkaar eens zijn. En op mijn telefoon is deze conversatie inmiddels volkomen onleesbaar geworden. Op naar de volgende uitdaging!
Geweldig verhaal, mooie twist. 🔥 ZGG · Zeer graag gelezen Grtz, Taco
Bijna, bijna. Het begint weer te borrelen. Ik had al een soort idee voor deze opdracht, maar dat was toch echt te cliché. ik hoop bij de volgende opdracht een beter idee te hebben.
O leuk, verteller dwingt Joris zijn zonden publiekelijk te bekennen, maar Joris draait het om en gooit hem voor de wolven. Wolven die Joris aanbidden, dus dat loopt nooit goed af. Een open, maar dreigend einde. Het blijft een beetje in het midden wat nou de waarheid is, wie er nou fout is. Maar uit...
Je hebt helemaal gelijk wat betreft de mic drop. Weg ermee! En ik heb iets duidelijker gemaakt dat ik bedoelde Joris ermee wegkomt dat hij een goedkoop trucje gebruikt door zijn stem te laten breken. Ik vind het namelijk juist leuk als niet uit de tekst blijkt of hij nou echt iets op te biechten hee...
Met een vaardige pen geschreven! Het doet heel realistisch aan en de mooie beeldspraken tussendoor maken dat het heel soepel leest ("laat mijn bom vallen", "alsof hij iets smerigs vasthoudt"). Wat me wel ergert, is dat het volkomen abstract blijft. Ik dacht eerst dat het een lijsttrekker en een poli...
Joris kan zeker een politiek leider zijn, maar de ik is beslist niet zijn spindoctor. Eerder een tegenstander. Met de lange opsomming probeer ik de lezer in de beleving van de ik-figuur te trekken. Zo lang duurt het voor Joris weer begint te spreken! Maar wat jou betreft werkt dat dus niet. Ik ga er...
Leuke bijbelse verwijzing met de titel (al weet ik niet precies welk bijbelvers hier van toepassing is en misschien verzin ik iets dat er niet is). Betekent dit dat de ik-persoon ook daadwerkelijk een Judas is? Enerzijds heb ik het gevoel dat, door de beleving van de ik-persoon, de persoon op het ...
Hoi Tinus, Aan de bijbel heb ik helemaal niet gedacht! Naar aanleiding van jouw reactie heb ik Albert Isaac van alle boeken vers 3:11 op laten zoeken, maar er was helaas geen toepasselijke bij. Het zou een welkom toeval zijn geweest als dat wel zo zou zijn geweest, maar bij het schrijven dacht ik ge...