Kapotte kachel kraakt. Linoleum laat los waar kleine vingers peuterden. Bruine vlekken besmeren behang - koffie misschien, wat moeders niet opruimden.
Vensters vangen geen glans, glazen grauw van handafdrukken. Vuile vitrage hangt als vodden vol melkpoederstof. Gutters gorren, spoelen papieren weg onder deuren.
Plastic stoelen piepen, kreunen. Matten morsen onder vreemde voeten, vloeren fluisteren dialect van bewoners. Tussen kieren kruipen kevers over foto's zonder lijstjes.
Boven broeit augustus, beneden botst januari tegen koperen buizen. Radiatoren ratelen ritmes die kinderen kenden.
Overal vingerafdrukken: op glazen, spiegels, rond lichtschakelaars die niet schakelen. De kamer wacht op stemmen die vergaten terug te komen.